Home Factsheets (509) L Lozingsvergunning (Wvo-vergunning)

Lozingsvergunning (Wvo-vergunning)
Geschreven door Joost   
dinsdag 18 november 2008 20:04

(Wvo-vergunning)

(Vervallen per 22 december 2009)

De waterkwaliteitsbeheerder gebruikt de Wvo-vergunning (lozingsvergunning) om de kwaliteit van het oppervlaktewater te beschermen. Aan de vergunning zijn beperkingen verbonden.

Relevantie
Bij het opstellen van voorschriften moeten de grenswaarden die voor de lozing van bepaalde stoffen gelden in acht worden genomen.

Uitwerking
De Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) heeft als doel de kwaliteit van oppervlaktewateren te beschermen door lozingen aan regels te binden.

De Wvo heeft een passieve beheerstaak, namelijk het juridische beheer door:

  • Vergunningverlening
  • Normstelling
  • Heffingstelsel
  • Controle op de lozingen

Het belangrijkste middel om verontreiniging van oppervlaktewateren te voorkomen is de lozingsvergunning. Artikel 1 van de Wvo verbiedt het om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in het oppervlaktewater te brengen.

De Wvo onderscheidt met betrekking tot de vergunningverlening twee soorten lozingen:

  • Directe lozingen: lozingen met behulp van een zogenaamd werk (zie art. 1 lid 1 en 3 Wvo). Voor dit type lozing is een lozingsvergunning vereist.
  • Indirecte lozing: lozingen op een andere, bij AMvB aan te geven wijze (zie art. 1 lid 2 Wvo). Voor dit type lozingen is in principe geen lozingsvergunning nodig, tenzij het gaat om categorieën bedrijven die zijn genoemd in het Besluit ex artikel 1, tweede lid, en 31, vierde lid, Wvo.

Het begrip ‘werk' is niet nader omschreven in de wet. Het kan bijvoorbeeld een bedrijfsriool zijn.

De vergunningsplicht geldt in principe slechts voor directe lozingen op het oppervlaktewater. Indirecte lozingen zijn in beginsel niet vergunningplichtig. Bovendien kunnen sinds 1993 algemene regels (AMvB's) de vergunningplicht opheffen.

De lozingsvergunningen kennen enkele uitgangspunten:

  • Bestrijding dient bij de bron plaats te vinden.
  • Emissies van zwartelijststoffen moeten in beginsel worden beëindigd.
  • Emissies van grijzelijststoffen zijn in beginsel toegestaan; de waterkwaliteit en de economische mogelijkheden worden dan betrokken bij de afweging.
  • Verontreiniging mag niet toenemen (stand-stillprincipe).

In het algemeen bevat de lozingsvergunning voorschriften betreffende de maximale concentraties van stoffen die in het geloosde afvalwater mogen voorkomen.

De vergunningverlener is de bevoegde waterkwali­teitsbeheerder:

  • Voor rijkswateren zijn de tien regionale directies van Rijkswaterstaat het bevoegd gezag.
  • Voor niet-rijkswateren zijn de provincies het be­voegd gezag, maar die hebben deze taak gedelegeerd aan de waterschappen.

Bij indirecte lozingen die een zui­veringsinstallatie passeren die niet in beheer is bij een van de waterkwaliteitsbeheerders dient de vergunning te worden aangevraagd bij de be­heerder van de installatie in kwestie.

Met de inwerkingtreding van de Waterwet op 22 december 2009 is de Wvo en daarmee de op basis van deze wet geldende vergunningplicht komen te vervallen. Vanaf 22 december is de vergunningplicht voor directe lozingen overgeheveld naar de Waterwet en voor alle indirecte lozingen naar de Wet milieubeheer.


Gerelateerde factsheets
Besluit lozingen afvalwater huishoudens
Waterwet
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Wm-vergunning

Laatst aangepast op maandag 21 juli 2014 09:37
 

Partners

  • Partner van MilieuFocus
  • Partner van MilieuFocus
  • Partner van MilieuFocus

Nu online

We hebben 223 gasten online

Nieuwsbrief


Boek van de week

psychology 120Susan Clayton Christie Manning
Psychology and Climate Change

''The book lays out the clear relevance of psychological phenomena to perceptions, impacts and behavior''
Lees verder

Agenda algemeen

Realisatie door WELLdotCOM - ICT Solution Provider & Joomla! Professionals